STEUN ONS

The Catch

april 12, 2017  |  The Catch

Poëzie is bij uitstek een woekerend genre, een talige kunstvorm die zich voedt met wat zich uit de werkelijkheid aan de dichter aandient. Al eeuwen blijkt de beeldende kunst voor dichters een bijzonder vruchtbare bron van inspiratie. En al eeuwen biedt de poëzie reacties en reflecties op kunstwerken, die daardoor van nieuw leven in een nieuw licht worden voorzien. Tot op de dag van vandaag kunnen woord en beeld gezien worden als vrienden die het beste in elkaar naar boven brengen. Dat en hoe beeldende kunst als voedingsbodem kan dienen voor nieuwe gedichten fascineert Thomas Möhlmann. Thomas Mohlmann voert als curator van de poëzie de regie; hij nodigt andere dichters uit om te reageren. Bij ieder project kiest hij een dichter en koppelt hem of haar aan de makers. Vanaf dat moment werkt de dichter aan een nieuw gedicht geïnspireerd op het werk. Op de slotdag vindt een bijeenkomst plaats waarbij de dichter het nieuw geschreven werk ten gehore brengt.

Tsead Bruinja – “Inside Outside”

april 12, 2017  |  Algemeen, The Catch

 

 

 

 

 

 

Foto: Tineke de Lange

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) is dichter in het Fries en in het Nederlands. Zijn meest recente bundels zijn Stofsûgersjongers / Stofzuigerzangers (Afûk, 2013) en Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden (Cossee, 2015). Bruinja stelt bloemlezingen samen, recenseert, presenteert, interviewt en treedt op in binnen- en buitenland. Daarnaast werkt hij regelmatig samen met muzikanten, beeldend kunstenaars en vormgevers. Verder is Bruinja werkzaam als docent poëzie aan de opleiding Creative Writing (Artez, Arnhem).Tijdens Inside Outside en Depth of Field #3 van Maze de Boer zal Tsead Bruinja nieuwe poëzie schrijven en deze voordragen in het laatste weekend van de tentoonstelling .

Annemieke Gerrist – “Body Betrays Itself”

december 10, 2016  |  The Catch

annemiekegerrist

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Annemieke Gerrist (1980) is dichter en beeldend kunstenaar. Ze debuteerde in 2008 met de dichtbundel Waar is een huis bij uitgeverij De Bezige Bij, waar in 2016 ook haar tweede bundel Het volume van een logé verscheen. Over haar werk schreef NRC Handelsblad: ‘Haar alledaagse onderwerpkeuze staat haaks op haar collagetechniek. Keer op keer monteert ze taalfragmenten aaneen die doorgaans niet logisch samenhangen. Annemieke Gerrist beheerst het handwerk van de vervreemding.’

Matthijs Ponte – “Zuiver”

oktober 30, 2016  |  The Catch

mattijs-ponte-web

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Matthijs Ponte (1982) publiceerde in 2015 gemeenschap bij Halverwege chapbooks. Hij is hoofdredacteur van uitgeverij Bananafish en was medeoprichter van Read my World, het internationale literatuurfestival dat jaarlijks in Amsterdam-Noord plaatsvindt. Daarnaast schrijft hij met regelmaat over poëzie, filosofie en politiek.

De bomen

I

Deze boom zoekt een mens
zoekt een mensheid
zoekt de blik van een mens
in de boom zoekt
de blik van de mens
in de boom zoekt het blad
van de boom als een mensheid

deze mens zoekt de blik van de vis
in de boom van de kikker
en de boom van de vis
in de boom met de blik
van de mensheid op de zoekende

rivier van de boom met een blik
op de hoop van een roeiende
mensheid met een blik op de droom
van een scheppende draaiende
gravende mensheid met een blik

op de dood van een mensheid zit
de visvrouw met de kam
op haar steen al te wachten

II

Op het plein van de school staat
een boom voor de goudgeld-
kinderen en hun zakjes met sap

om de hoek van de school staat
een boom voor de goudzucht-
kinderen en hun flesjes met bier

ik ben een kind zonder goudgeld
een kind zonder goudzucht maar wit
en ik reis van boom naar boom

III

onder de boom op het plein lees ik
de keurige bijbel van de keurige god
van de keurige mensheid

onder de boom om de hoek lees ik
de rastafari bijbel van de rastafari god
van de rastafari mensheid

IV

nu ben ik de witte rasta
zonder god die zich opnoemt
nu ben ik de strenge kijker
zonder grot die zich opbrandt

een spin hijst zich op
uit de bron van mijn taal
en bestaat me

Floor Buschenhenke – “Licht in Noord, spel van differenties”

september 17, 2016  |  The Catch

floor-buschenhenke

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Floor Buschenhenke (1978) is dichter, schrijfdocent en onderzoeker uit Amsterdam-Noord. Van haar hand verschenen de dichtbundels Eiland op sterk water (2009, Atlas) en Het moeten eenhoorns zijn (2014, AtlasContact). In opdracht van het Huygens ING (KNAW) instituut onderzocht ze onder meer het werkproces van hedendaagse auteurs. Als schrijfdocent begeleid ze proza-, poëzie- en academische projecten.

Er is van alles maar één
breedtegraad 52.401206 | lengtegraad 4.895302
door Floor Buschenhenke, gemaakt bij de fotoserie ‘Blauwe deur NDSM-loods’,

1.

koud blauw in mijn rug, stil zijn, niet lachen, ze komt me halen
hondje in de hal wil geaaid worden en daar ligt een mooie steen

niet bewegen nu, ze is bijna klaar met tellen, zij is buiten en ik luister,
dit is een heel groot huis, er lopen mensen rond die naar me kijken

die mevrouw ziet er lief uit, zou ik van haar wèl een robot mogen?

tien!

ze loopt rond, ze roept mijn naam, ik wil naar buiten en bewegen
ik knijp mijn ogen stijf dicht, ik ben er niet – vang me alsjeblieft

grote mama-handen om mijn armen, warme mama tilt me op
ik heb je boefje zegt ze – wat ik nu verstop ziet ze niet

2.

ik leun op de afgesproken tijd, op de afgesproken plek,
tegen de blauwe deur, zo altijd zichzelf als hij ben ik niet,
afspreken in een deuropening was geen goed idee
je ziet me al van ver, terwijl je nog alle kanten op kan
ik zoek naar houdingen wanneer je dichterbij komt
waar laat ik mijn handen? waar laat ik mijn blik?

‘dat is lang geleden’ roep je, ‘je haar is nog hetzelfde’
voor de rest pak je de tijdvereffeningstabel erbij
tel acht maanden op voor mijn ontslag, twee voor je zwijgen
toen mijn vader overleed. ik weet het, je was druk
jouw haar is dunner, maar ik ben aangekomen
de verschillen hoeven we niet te zoeken

3.

elke ochtend, vaste prik,
sigaretje voor we naar binnen gaan
het interval is dus te klein
te klein om je echt te zien
veranderen alhoewel ik
van de graffiti op de betonblokken
wel degelijk elke ochtend zie
wat er die nacht bijgekomen is
en wat er daaronder zit
achteraf vragen ze dan: hoelang speelde het al?
ik zie je je sjaal rechttrekken, krabben op je hoofd,
tegen de deur leunen, moe misschien?
ja, wie is er niet moe,
ik zie je nu achter mijn oogleden
rook uitblazen

4.

de spoken houden zich aan een protocol
wanneer ze het blauw blauwer blazen
doen ze dat precies tot het moment waarop

je inziet dat de deur geen Rothko is, geen zomerlucht,
geen legoblokje, geen uitsnede van een oceaan,
zelfs niet de deur van vorige week, van daarnet,

tot middenin een werveling van interpretaties
een helder oog zich opent, vernietigend kijkt
de geest van deur en blauw en hier en nu je aan

5.

Locatie Datum/Tijd Observaties
Kantoor B. 12-09-2015, 10.41 Lange man, smalle heupen, blonde krullen. Draaide zich om toen ik binnenkwam. Hief z’n handen op, ‘te vies’, was de racefiets van B. aan het repareren. Stelde zich voor. Stelde me voor. Stelde me voor dat.
Pontplein 14-09-2015, 8.30 Hij liep een eindje voor me de pont af.
Fietsenrek 29-10-2015, 18.13 Hij was met een groepje, nam net een telefoongesprek aan en zijn uitdrukking werd waaks, gesloten toen hij hoorde wie het was. Ik probeerde onopvallend te doen.
Blauwe deur 3-11-2015, 3.00 Na de verjaardagsborrel van B. Hij kwam van een ander feest. ‘Is het nog bezig?’ riep hij hard en aangeschoten tegen mij toen ik naar buiten stapte, bijna tegen hem op botste. ‘Ze zijn aan het opruimen,’ antwoorde ik. Hij liep langs me heen naar binnen.
Noorderlicht 6-11-2015, 13.00 Tafeltje aan de IJ-kant. een zekere ontroering over hoe zijn tafelgenote een broodje eet. Voordat hij haar handen gaat vastpakken kijk ik weg.

6.

de blauwe deur laat ik open staan
want het ruikt hier anders dan gewoon

ik leid mijn rolkoffer naar zijn rustplaats
de wieltjes klonken feller bij vertrek

ben ik op reis gekrompen of
heeft de hal zich uitgerekt
tot een hoge loods vol kamers

hoe raak ik weer geschikt voor bewoning
ik heb zoveel in- en uitgepakt
ik moet nog leren om voor lief te nemen

Maartje Smits – “Tussen IJzer en Staal – 70 jaar NDSM”

mei 17, 2016  |  The Catch

portret-maartje-smits-portugal-2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maartje Smits (1986) houdt bijen, schrijft gedichten en maakt beeldend en journalistiek werk in diverse media. Ze studeerde Design aan het Sandberg Instituut en Beeld&Taal aan de Gerrit Rietveld Academie, waar ze intussen zelf les geeft. Daarnaast is ze docent bij de opleiding Creative Writing van ArtEZ hogeschool voor de kunsten. Eind 2015 debuteerde ze als dichter bij uitgeverij De Harmonie met de bundel Als je een meisje bent.

Echo’s blijven drijven
drieluik in C

c. de duim

lichtstil op de NDSM
water en zon kletsen plezier_
haven_schepen | een maandag
morgen begint altijd te laat
in dit dorp zonder kerk en duim
schroeven daar loodst een onderdraads versleten kindervest
wit licht door een schone witte ruimte
opslag zonder smeer zaagsel nagel riemen
in dit geraamte van een redding
klinkt pluisgras vast
zoals de stiknaad van een oud geluid langs
‘t kraanspoor dobbert
bleke passanten die stootkussens ombinden
watertrappelen met schorre stem de regels nog maar eens
doornemen motor voor spier | wijken voor indus-
trie

e. de middelvinger

Schatten klonken op gestort beton
schaduw van een nautische bestemming
dit weekend vlakt de helling tot pumps kunnen blijven
staan
mantrolleys aangedreven op electro beats
pompen wij, bekwame halfproducten
kinderen van de festivalindustrie
een dronken toerist aangekleed als dokwerker
valt in het IJ en zijn pis verdrinkt nog voor wij
doopnamen op de wc-deur kunnen kladden
een after slaat kapot tegen de kade
doop onze dope
op de bouwtekeningen van vanavond
is dit altijd de overkant

g. het pinkje

een kraan met contragewicht zwaait de morgen over
u een fluorescerend bandje dat draalt
op herhaling voor de artiestenuitgang
vastbesloten in hun raccordementen
de laatste belemmeringen worden weggeramd
onder uw kelen kietelt een tewaterlating
scheepsbeschieters, wapen u
ze raven tot het licht onverbiddelijk losgaat
op rimpels en kreukelig slapen
een pontje dat altijd teruggaat
een manoeuvre tussen twee dagdelen
de morgen de nacht zusterschepen
als halve mammoettankers aan elkaar gelast
en ergens diep in het nat daar beneden klotst
de echo van een ondergang

 

Lucas Hirsch – “Nul Nu”

november 8, 2015  |  The Catch


 

 

 

 

 

 

 

 

Lucas Hirsch (1975) is de huisdichter van Museum De Hallen te Haarlem. Zijn debuutbundel familie gebiedt verscheen in 2006 bij Uitgeverij De Arbeiderspers, waar ook de opvolgers tastzin (2009) en Dolhuis (2012) werden uitgegeven. Hirsch is de oprichter van het Haarlemse literaire productiebureau Kleine Revolutie Producties, waarmee hij onder meer het jaarlijkse poëziefestival Dichters in Elswout organiseert. In oktober 2015 verschijnt zijn vierde dichtbundel Ontsla me van alles wat ik liefheb.

NulNu

Omdat ik weten wil waar ik sta
ben ik van mijn lichaam uitgegaan,
trok ik mijn emoties van de wereld af
en kwam op nul tot stilstand

Nul is het punt waar ik sta,
is het lichaam dat ik ben,
de geest met aspiraties, een keurslijf
ter grootte van het universum

Nul is ordening, herhaling,
altijd menselijk imperfect
De laatste utopie, de these
en de antithese,
gedreven door bevrijding,
grenzeloos begrenst

Het is de zone van stilte,
van pure mogelijkheid,
als bij het aftellen voor de oerknal,
de lancering van een raket
Nul is één groot oog, het begin,
is dat wat eindigt, rond

Zie het lichaam dat je bent
de geest die het huist, je dovende
leven, een nieuw begin. Breek, beweeg,
doorwroet, wees teder

Draag jezelf, de wereld die je treft,
desnoods de almaar adelende liefde,
het nageslacht waarvan je droomde
Adem als geheel, kom op nul uit,
houd het vast

Robert Anker – “Het Theater van de Tijdelijke Evacuatie”

september 2, 2015  |  The Catch

 

 

 

 

 

 

Robert Anker (1946) schreef sinds zijn poëziedebuut Waar ik nog ben in 1979 een omvangrijk, gelauwerd en zeer veelzijdig oeuvre bij elkaar. ‘De lust van het schrijven spat van de bladzijden af,’ stelde een recensent van dagblad Trouw eens vast, en nog steeds kan dat van zijn romans, novellen, beschouwingen en gedichten met recht worden gezegd. Zijn meest recente bundel, Onvergetelijke toegewijde trouweloze tijd, verscheen afgelopen lente zoals al zijn boeken bij Uitgeverij Querido. Nog korter geleden schreef hij dertien gedichten bij tekeningen van Tjebbe Beekman.

Om Noord

Je kunt een opstopping veroorzaken en zeggen dit
is Noord, wij wonen hier, wat doe je hier maar je
kunt ook zeggen niks wonen hier Noord is de
bouwgrond voor mijn ego. Je kunt iedereen aan het
schrikken maken met fakkels, puntmutsen en
geblindeerde auto’s maar je kunt ook je tuintje
wieden achter de dijk je zaait wat welvaart om je
heen en sluit het hek. De kwestie is dat het niet
nodig is in Noord te blijven als je er woont en er te
komen als je toch al bent vertrokken. Daarom is het
zaak onze ruimtelijke ordening te verlaten en over
te schakelen op het grenzeloze steek maar over,
meer je scheepje af en sla ons aan.

Marjolijn van Heemstra, “Rijk der lichten”

juni 13, 2015  |  The Catch

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Marjolijn van Heemstra (1981) studeerde godsdienstwetenschappen in Amsterdam, is als theatermaker verbonden aan het Ro theater in Rotterdam, en als columnist aan dagblad Trouw. In 2010 kwam haar debuutbundel Als Mozes had doorgevraagd uit, die werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Jo Peters Poëzieprijs. Twee jaar later verscheen haar debuutroman De laatste Aedema, weer twee jaar later gevolgd door haar tweede dichtbundel Meer hoef dan voet (De Bezige Bij, 2014).

De wandeling

Route rood ligt in zichzelf
gedraaid als een ammoniet, het is
de vierde keer dat ik voorbij
de slagboom loop, ik zoek
asfalt maar vind steeds hetzelfde
ven, donker, onbewogen
alsof de bodem op de
oppervlakte drijft, dit is geen
pad maar een rits tussen lappen licht
en tijd, alles half aanwezig, half
verdwijnend, Er tikt
een middeleeuwse specht,
de herten in het veld zijn
allang overleden,
er kronkelen wormen
uit eerdere aarde en
in de mist tussen de paarden staan
blekere paarden, gehavend
in een lang besliste strijd.
Hoe mager dit moment, hoe
tijdelijk intact! Ik zoek
in de levensgevaarlijke schemer
de uitgang, de auto –
nog altijd niet ontsnapt.

In de navel van de stad wordt gerommeld
met de tijd. Als een bloederige buik
liggen negen eeuwen open. Plastic
kronkelt tussen pijlen
van premoderne jagers,
een parkeerdek is vermengd
met resten middeleeuwse haven,
een liftschacht steekt tot diep
in vlezige, Romeinse grond.
In de wirwar van muren
zijn stations gehakt, ruim als graven.
De dwarsdoorsnede
van honderdduizend jaar
aan lepels, schoenen, afgods-
beeldjes, opvallend veel messen en
een enkel eeuwig huis ligt
in vloeren opgedeeld. Tot aan
de ondergrondse akkers, waar
het oude water stroomde en wij
straks denderen langs scherven en geheimen.

Erik Lindner, “Berlin, Berlin”

april 26, 2015  |  The Catch

 


 

 

 

 


Erik Lindner (1968) liet in 2014 zijn vijfde dichtbundel Acedia verschijnen bij uitgeverij De Bezige Bij. Hij is redacteur van de literaire tijdschriften Terras en De Revisor en debuteerde in 2013 als romanschrijver met Naar Whitebridge. In datzelfde jaar verschenen Duitse en Italiaanse vertalingen van zijn poëzie. In 2012 bracht hij een jaar in Berlijn door als gast van de D.A.A.D. Hij gaf les op de Amsterdamse Gerrit Rietveld Academie en is als adviseur Literatuur verbonden aan de Van Eyck Academie in Maastricht.

Berlin, Berlin

De figuren in de ruit waar ik langs loop
bestaan niet uit reflecties

de ruit doorschijnt geen tafereel
de weerspiegeling is weg
het glas heeft alles in zich opgenomen
van jaren her, lichtval, schaduw en erosie

sap dat moeiteloos oplost in melk
sneeuw in de voegen van de treden
en in de hoeken van kozijnen
lichtplekken vertonen sporen van vuur
barsten verbergen de oppervlakte
aders vertakken de donkere vlekken

laag voor laag valt ieder voorval
in de verweerde glazen structuur
het venster dat dicht is van wat het weet
verbleekt door wat het gezien heeft

en de sponningen van het raam
knijpen in de randen van het glas
een kier die wat binnen is openzet
voor wie buiten passeert.