Marisca Voskamp van Noord, Vandaag blijf ik thuis (2019), film still


Kunstenaars: Aimée Zito Lema & Elisa van Joolen, Sarah van Lamsweerde & Esther Mugambi, Marisca Voskamp van Noord, Judith Westerveld en Marjet Zwaans
Curator: Mariana Lanari

Wat speelt zich af achter huisdeur nummer 8 in Floradorp? Wat heeft het bombardement van de Fokkerfabriek te maken met een hond die onder je balkon wordt doodgebeten door een andere hond? Wat is de heilzame kracht van duizendblad? Wat is het verband tussen de weidsheid van de Zaanse Schans, de kerstboomverbranding tijdens de jaarwisseling in Noord en de woestijn in Egypte? Wat zijn barricadewoorden? Is het ‘ik ben verloren’, ‘ik ben kwijt’ of ‘ik heb verloren’? Wat is de herinnering van een kledingstuk?

In 2017 startten we het langlopende onderzoeksproject Far-off Nearby. Zeven kunstenaars brengen het translokale en de betekenis ervan in kaart met concepten waarmee Amsterdam-Noord op onverwachte wijze wordt belicht, in de vorm van een activiteit, een interventie of een tijdelijk kunstwerk. De uitwerking ervan loopt uiteen van workshops in buurtkamers met bewoners die pijnplekken in de openbare ruimte benoemen, tot onderzoek naar de rol van ‘iemands moedertaal’ middels het bijwonen van taallessen voor immigranten in Noord. De grote betrokkenheid bij maatschappelijke kwesties en een onderzoekende geëngageerde houding vormen de rode draad binnen de verschillende concepten.

Maarten Doorman beschrijft het translokale in de kunst als volgt: Het lokale zit hem in verbondenheid met de omgeving in fysiek en sociaal opzicht, dus de natuurlijke of stedelijke omgeving (rivier, park, haven- of industrieterrein, woonwijk) en aan de andere kant de mensen die er wonen of onlangs zijn komen wonen, die er werken of gewerkt hebben, de geschiedenis van de plek. Kortom, de verbondenheid met landschap en de verbondenheid met gemeenschap. Het lokale is hier echter een knooppunt van activiteiten; het is geen centrum en verhoudt zich ook niet tot een centrum, terwijl het zich evenmin tot het nationale verhoudt. Ook hierdoor is het plaatselijke karakter van translokale kunstruimtes niet meer marginaal of sneu, zoals dat in de Randstad soms nog denigrerend doorklinkt in het woord ‘provinciaals’, en zelfs niet meer perifeer. Het translokale heeft het lokale geëmancipeerd en het idee van een toonaangevend centrum – of enkele oppermachtige centra met daarbuiten de periferie – ondermijnd. Het translokale is globaal, en opereert in onze volkomen gemediatiseerde wereld zonder de ermee verbonden homogenisering die je bijvoorbeeld bij kleding terugziet (de gescheurde jeans) of bij voedsel (de hamburger) of in de iPhone. In de globale context is het translokale zich bewust van de wereldwijde mobiliteit die tot uiting komt in grootscheepse migratie en de daarmee overal opkomende diversiteit. Die diversiteit is een uitgangspunt, een inspiratiebron en materiaal voor het translokale in de kunst. De translokale benadering ziet de veelstemmigheid van koloniaal verleden, plaatselijke geschiedenis en verhalen van nieuwe migranten vanuit de hele wereld als een geweldig vertrekpunt voor kunstenaars.