STEUN ONS

Sylvia Hubers, “Beautiful Distress”

oktober 9, 2017  |  Algemeen, The Catch

   foto: Harry van Kesteren

Sylvia Hubers liet zich inspireren door de tentoonstelling Beautiful Distress en schreef nieuwe poëzie. Zij droeg deze op de laatste dag van de tentoonstelling voor.
Sylvia Hubers schrijft gedichten, prozagedichten en kort vreemd proza. Ze publiceerde zes dichtbundels. In 2015 verscheen bij Prometheus haar eerste bundel microproza Hier moet ik ingrijpen. Van 2009 tot 1013 was ze stadsdichter van Haarlem. Ze leest geregeld voor en werkt samen met kunstenaars en muzikanten, o.a. in ‘FamilyTies‘, WW&V en De Vorlesebühne. Dit jaar verschijnt haar tweede bundel microproza. www.sylviahubers.nl

      I. De natuurkrachten

Ik beklim een muur. Dat is zonde van mijn tijd en energie, omdat het veel
makkelijker zou zijn de muur plat neer te leggen en er als vanzelfsprekend
overheen te lopen. Maar zo is het in mijn wereld niet. Ik behoor verticaal tegen
de natuurkrachten in te gaan.

      II. Wat ik wilde

Ergens in mij zat iets dat een beetje moeite had met mij. Ik wilde dood – nee
dat wilde ik niet, ik wilde smelten, met iemand – nee nee nee, ik wilde smelten
met niemand – ik wilde korrels worden in een kattenbak of caviaruif bij
diervriendelijke mensen – nee dat ook niet, ik wilde in de papierversnipperaar
als geflopte romans van mislukte schrijvers – dat moest ik ook niet willen – ik
wilde oplossen in niets, opdat ik oplossingen zou zijn voor hele grote
problemen – ik wilde op heel veel plaatsen tegelijk zijn – om er te zijn.

      III. Tegen wie ik het heb

Als ik wist wie ik was kon ik mezelf zijn ze zeggen steeds dat je jezelf moet zijn
alleen maar jezelf maar wat als je niet weet wie je bent wie je bent zeggen ze
er niet bij zoek het effe lekker zelf uit dat zeggen ze als ze zeggen dat je jezelf
moet zijn zonder erbij te zeggen wie je bent nou weet jij wie je bent ik durf
te wedden dat zij zelf ook niet weten wie ze zijn dat zij dat ook niet weten en dan
tegen de anderen gaan zeggen dat zij zichzelf moeten zijn maar dat ze dat net
zo goed konden zeggen tegen zichzelf zeg ik dan maar tegen mezelf ook al
weet ik dan niet tegen wie ik het heb.